Soms gebeurt het wel eens dat je je ergens instort en er mee naar bed gaat en wakker wordt. Dat overkwam mij toen ik mij vanuit mijn nieuwe functie ging inlezen op het dossier wachtlijsten in de jeugdzorg. Het zal voor niemand een geheim meer zijn dat er een probleem is met de wachtlijsten in de jeugdzorg.
Bijna tienduizend kinderen wachten in Nederland op jeugdzorg waarvan een aanzienlijk deel langer dan twee maanden. De oorzaak: er zijn meer mensen die de weg weten te vinden naar jeugdzorg (dus er is meer vraag naar jeugdzorg) en er zijn onvoldoende plekken, met name in de residentiele instellingen. Dat is het officiële argument. Minder officieel maar wat volgens mij echt een issue is, is het onvermogen van het stelsel (zowel politiek als ambtelijk) om een adequate oplossing te vinden voor de enorme problematiek. Sinds ik mij met de jeugdzorg bezig houd en dat is sinds 1997 vlak na mijn studie zijn de wachtlijsten altijd al een issue geweest. Keer op keer werd er geld ingepompt, werden bureaus jeugdzorg gebonden aan prestatieafspraken en keer op keer draaide het op niets uit. Er zijn natuurlijk enkele provincies die het goed doen, maar de overgrote meerderheid weet zich geen raad met de verstopping in de jeugdzorg. We zitten maar geld te pompen in de achterkant van de zorg terwijl de problematiek aan de voorkant begint.
Wie komen er namelijk vooral in de jeugdzorg terecht? Dat zijn kinderen uit arme gezinnen, kinderen van ouders uit niet westerse culturen, kinderen met een laag IQ, gedrags- en opvoedingsproblemen wiens ouders onvoldoende in staat zijn om de problemen zelf op te lossen. Als de boel dan escaleert dan klopt men bij de jeugdzorg aan. Nog steeds op een gemiddelde leeftijd van zestien jaar. Veel te laat dus.
Bij het lezen van de verschillende rapporten, nota’s, beleidsstukken, kamernotules en de wet op de jeugdzorg kom ik keer op keer de woorden vroegsignalering en preventie tegen. Maar vooralsnog blijft het papier. In de realiteit gaat meer dan 1 miljard in de jeugdzorg om waarvan bijna achthonderd miljoen besteed wordt aan zorg aan de achterkant van het systeem. “De troepen moeten naar voren jongens: ” preventie, preventie, preventie.
We kennen de oorzaken: laten wij die dan vervolgens bij de wortels aanpakken. We moeten om te beginnen weten wie wij in onze wijken hebben wonen. Welke gezinnen met welke kenmerken en welke te verwachten problemen met de opvoeding of kinderen zijn er in de toekomst te verwachten? Vervolgens dient er een sluitend systeem te zijn waarbij het gezin en kinderen gevolgd worden. Het mag dus niet zo zijn dat wij de kinderen van 0-4 wel heel goed in de smiezen hebben en daarna niet meer totdat er iets misgaat. Het systeem van de jeugdgezondheidszorg en consultatiebureaus moeten worden doorgetrokken totdat iemand achttien jaar is en leg bepaalde jeugdzorgtaken neer op de plekken (jeugdarts, basisschool, kinderopvang, peuterspeelzaal etc..) waar de kinderen het makkelijkst te vinden zijn. De reden waarom de gemiddelde leeftijd van een jeugdzorgklant op zestien ligt komt voort uit het feit het stelsel gebouwd is op assertieve mondige kinderen en ouders die precies op het juiste moment zouden moeten weten dat zij jeugdzorg nodig hebben en hiervoor zogenaamd op tijd bij de bureaus jeugdzorg aankloppen. Maar dat is theorie. In de praktijk werkt het anders. Dat weet toch iedereen??
Het is om verdrietig en boos van te worden.